|
Sint-Jan-ter-Biezen
is een parochie in de deelgemeente Watou.
Een deel ervan is
gelegen in de
deelgemeente Poperinge. |
 |
| Geschiedenis. |
|
Oorspronkelijk was
Sint-Jan-ter-Biezen de naam van een oude kapel,ook Sint-Janskapelle
genoemd.
De oudste bekende vermelding dateertvan 1581: "De goederen van de cappelle van Sint Jan in de prochie van
Watouwe" (1).
Dat wijs terop dat het toen om een belangrijke kapel ging met eigen
bezittingen.
Er is nog een oudere vermelding onder de naam
Sint-Jans
cappelle: "De Watouwe...à la chapelle Saint Jean", 1548.(2)
In
1601-1603 is er sprake van "Ste Jans cappelle ter
galghe",
zeker ook in
Watou, wat "ter galghe" ook mag betekenen(3).
Het kan de galg geweest zijn van de heerlijkheid van Douvie waartoe het hele gebied hoorde. |
|
 |
| foto
links:kaart van Sint-Jan-ter-Biezen(Geschiedenis van Sint-Jan-ter-Biezen)
foto boven: luchtfoto van Sint-Jan-ter-Biezen foto Rudy
Pattyn. |
|
In 1723 schonk de Heer van Douvie de kapel aan de bisschop van Ieper.De kapel stond niet ver van de
Warandebeek.
Vandaar dat eraan gedacht werd om ze aan Sint-Jan de Doper
toe te wijden, die doopte in de Jordaan. Anderen denken dat de daar
wonende kluizenaars de kapel aan Sint-Jan Baptist toegewijd hadden.
Dat er
niet ver van de beek om de kapel heen biezen groeiden, is niet te
verwonderen, zodat ze in de volksmond spraken van de kapel in de
biezen.
Omstreeks 1637 wordt de hele wijk naar die kapel
genoemd, Sint-Jan-ter-Biezen (4). |
|
 |
|
In het mooie boek "Proven in de
nevelen der tijden" door Ivan Top en Kristof Parin (2006), komt een kleurige kopie
van een kaart met een detail van deKasselrij van Veurne uit "Atlas Major"
(Amsterdam 1682). Op dit stuk kaart zien we de "Capelle straete" en een
kapel: "Sint Jans Kappelle". Aan de overkant van het kruispunt (de huidige
Kapellemolenstraat) staat een molen afgebeeld. Die heet "Boomkens Molen".
De molen namelijk waarbij later de Desmadryls woonden. Een oudere
vermelding van de Kapellestraat dateert van1601-1603: "Van suyden
Cappellestratken van Sint-Janscappelle" (5)De kapel
van Sint-Jan-ter-Biezen zal pas weer volop in de belangstelling komen
vanaf de komst van priester Karel Lodewijk Grimminck in 1724 . De vroegere
kapelaan van Rampskapelle (1700-1702), pastoor van Zuidkote (1702-1709) en
Kaaster (1709-1714) komt hier als kluizenaar wonen (1724-1728). Hij was
dat al tien jaar geweest op de Thieuwshoek in Kaaster. Vanaf 1724 bedient
hij als priester de kapel (die dus niet zo klein geweest moet zijn) en is
hij volksmissionaris. |
| foto
links:E.H. GRIMMINCK (Geschiedenis van
Sint-Jan-ter-Biezen) |
|
1 A.C. de Schrevel, Le
protestantisme à Ypres et aux environs, Brugge, 1913,44 2 Thérouanne,
Censier van de kerk, 1540, 4, 93 (Archiefvan het Bisdom Brugge, nr. 288)
(Aangehaald uit DeFlou's Woordenboek der Toponymie, 14,679)3 D Flou, a.w,
ibidem 4 Gilbet Ackaert en Omer Doise, Geschiedenis van
Sint-Jan-ter-Biezen, 8.5 Karel de Flou, Woorenboek der Toponymie van
Westelijk Vlaanderen..., VII, (1938), kol.162. De aanhalingkomt uit een
"Register van alle de Fonchier Landen... van haere heerlijchede en de
prochie van Watou voorseydt.1601-1603. "(Dat register was in toen het
bezit van den Heer Notaris Rubbrecht in Brugge), |
|
 |
Hij sterft in 1728 in geur van
heiligheid en wordt in de kerk van Watou begraven. Hij staat bekend als
een kleine mysticus. Zijn vooral Nederlandse geschriften zijn ten zeerste
opmerkelijk. Er werd al sinds lang in die Sint-Janskapel gecelebreerd en
gepreekt als in een hulpkapel van Watou. Er verbleven in de buurt nog
steeds kluizenaars maar pas omstreeks 1780, voor zover bekend, woonde hier
weer een priester, met name Xavier Clinck. De kapelaan van Watou of
Poperinge kwam er ook wel geregeld dienst doen en de mis opdragen(6) . Priester Ludovicus Seynave is er als proost komen wonen
in 1860. Hij zou de eerste pastoor worden. Hij richtte de kapel en later
de kerk goed in. Op zijn verzoek bouwde de firma Loncke van Esen in 1868
een nieuw orgel voor zijn kapel. Het werd in 1945 volledig vernieuwd. In
1874 werd de kapel een hulpkerk en werd Sint-Jan-ter-Biezen een parochie.
Op de plaats van Grimmincks kluis, een lemen huis, stond al heel vroeg een
de huidige pastorie die pas in 1860 een verdieping kreeg en een
pannendak. |
foto boven:
postkaart kerk en pastorie Sint-Jan-ter-Biezen uitgave
1909. verzameling M Careye. foto rechts: de
kerk na de laatste
verbouwing in 1893-94 (Geschiedenis van Sint-Jan-ter-Biezen) |
 |
|
De kapel met lemen
muren en een strodak kreeg in Grimmincks tijd
al stenen muren, een vast
(leien of pannen) dak en een torentje.
Zo is alles gebleven tot 1845. Toen
werd het torentje afgebroken alsook
het grootste deel van de kerk. Alles
werd herbouwd.
In de nieuwe toren werd de in 1838 gegoten klok opgehangen,
dezelfde die er nu nog hangt.
De oude klok uit Grimmincks tijd diende ook
als klokspijs
voor de nieuwe .
(7) In 1855 werd het
laatste deel van Grimmincks kapel afgebroken en
herbouwd. Alles nu in neo-klassieke stijl, meestal nog de stijl van die tijd.
In 1893-94 werd de
kerk aan de kant van de toren met
een travee verlengd.
Een nieuw torentje,
het huidige, zou er pas komen in 1907. |
|
|
 |
 |
| |
foto boven: Den
heiligen Put. foto onder: E.Z.Moeder Lutgarde (Geschiedenis van
Sint-Jan-ter-Biezen) |
foto boven:
huis Achiel Ruzeré foto onder:Remi Cauwelier. (Geschiedenis van
Sint-Jan-ter-Biezen) |
|
|
 |
 |
|
6 Ibidem, 45.
Omstreeks 1731 werd Sint-Jan er vereerd en werd de mis opgedragen op zijn
feest. 7 Uit het gedenkboek van priester Leënt uit 1845. Ibidem, 52. 8 J.
van Overstraeten (bewerkt door J. Gerits), Gids voor Vlaanderen, 1985,807.
9 Ibidem. la Geschiedenis van Sint-Jan-ter-Biezen, a.w., 60 + voetnoot
(1)11 K. de Flou, a.w., IX, 857 (Godeliefve Le Taintelier, dame d' Attin
et Londefort, ong. 1550) 12 Tegenover blz. 48 13 NRC. Handelsblad, 11
januari 2001, blz. 35. , 3 |
|
De mooie kruisweg
kwam er al in 1888, een geschenk van Baron Legreele. Was die nieuw of
bestond die tevoren al? Wat later werden de fijne gebrandschilderde ramen
aangebracht. De gever van elk raam staat vermeld op een bord eronder.
Hieruit kunnen we afleiden in welke tijd de ramen aangebracht zijn.
Waarschijnlijk was dat eind 19x eeuw. Soms wordt verteld dat de kruisweg
Duits werk is.. . We weten niet waar de mooie barokke retabel van het oude
hoofdaltaar die zeker
uit de 18x eeuw stammen, vandaan gekomen zijn.
"De barokke biechtstoel werd door een schrijnwerker uit Wormhout (?) voor
onze toenmalige kapel gemaakt in 1785. De schrijnwerker van wie de naam
jammer genoeg niet vermeld wordt, ontving ervoor tweehonderd gulden van
Gabriël Dewilde die toen kerkmeester was van "Sint-Jan-in-de -Biezen". Franciscus
Ignatius L'abaye uit Wormhout heeft begin 1800 de quitantie van de vermelde
schijnwerker overgeschreven".
We weten niet hoe het 17x- eeuwse
schilderij "De geseling van Christus" in de kerk terechtgekomen is.(8) De koperen altaar kandelaars dateren van ong. 1700.(9) Het overige meublilair is 19x- of 20x
-eeuws. |
| |
Een
kopie van de vermelde quitantie heb ik ontvangen van Max Deswarte uit
Blaringhem (Frans-Vlaanderen) |
| |
Het waardevolle, geklede
houten Mariabeeld kan heel oud zijn. Pastoor Haverland van Watou heeft het
in 1843 aan Sint-Jan-ter-Biezen geschonken. Bestond het tevoren al of was
het nieuw? Het werd onder de verbouwingswerken op de zolder (van de
pastorie ?) gezet en gelukkig werd het in 1908 als processiebeeld naar
beneden gehaald. (10) Het uit hout gesneden
Sint-Godelievebeeld is een kopie van een oud maar kleiner beeld dat in de
kerk van Krombeke staat met als onderschrift Sainte Godeleine, haar Franse
naam in haar geboortestreek Heinfried Wiere (Wierre Effroy) bij Bonen, dat
in haar tijd nog Nederlandstalig was. Ze werd daar ook Godelieve genoemd
tot in de 16e eeuw op z'n minst. (11) |
 |
| foto
onder:Klooster en Meisjesschool
( Geschiedenis van Sint-Jan-ter-Biezen) |
foto boven:
Aangenomen Jongensschool (Geschiedenis van Sint-Jan-ter-Biezen) |
|
 |
De sacristie rechts van het
koor dateert van 1937. De verering van Sint-Antonius abt is lange jaren
aanzienlijk geweest. De foto van het oude pleisteren of kalken
Sint-Antoniusbeeld (met een omgekeerd varkentje) staat in foto afgebeeld
in de Geschiedenis van Sint-Jan-ter-Biezen .(12) Later heeft pastoor
Luciaan Arryn het vervangen door het huidige mooi uitgesneden houten
beeld. Het is houtsmijwerk van de hand van ene Noyez. Onder de eerste
wereldoorlog verbleven in Sint-Jan-ter-Biezen geregeld Engelse soldaten
met verlof. Een van hun is een bekende Engelse dichter, Julian Grenfell.
Hier dichtte hij in april 1915 bij de oude dorpsschool "Into battle",
gedicht dat eindeloos opgenomen werd in Engelse bloemlezingen, met daarin
"He is dead who will not fight" (Hij die niet wil vechten is dood). Verder
ook "The blackbird sings to him brother, brother. / If this be the last
song you will sing. / Sing well, for you may not sing another. Brother
sing." (De merel zingt voor hem broeder, broeder. / Alsof dit het laatste
lied zou zijn dat je zult zingen, / zing goed, want je mag geen ander
zingen. Broeder zing.) (13) |
Priesters (proosten) en
pastoors die de kapel of kerk bediend hebbenKarel Lodewijk
Grimminck :
1724-1728
Lodewijk Xavier
Clinck : 1780
De
Seure : 1784
Philips Jacobus
Duverlie : 1785-88
Jan Baptist
Jossart : 1790
Judocus Bollaert :
Verstraete : 1833-37
Clemens Petrus
Rooseboom :
1837-43
Henri Jan- Baptist
Leënt : 1843-60
Lodewijk
Seynaeve :
1860-74
Als pastoor van de
kerk : 1874-85
Isidoor Daubresse : 1885-1904 (+ 1917)
Désiré Hollevoet : 1904-1907
Lodewijk Portier :
1907-1921
Alfons Callewaert : 1921-1922
Juliaan Dubois : 1922-1933
Emile Ramaut :
1933-1942
Juliaan Dubois :
1942-1951
Leo Mahieu : 1951-1959
Achel Verstraete :
1959-1980
Luciaan Arryn : 1980-1992
Josué Roets : 1992-1996
Ludo Lepee :
1996-
|
 |
| |
|
foto boven: E.H. Isidoor Daubresse 1885-1904 (+ 1917)
(Geschiedenis van Sint-Jan-ter-Biezen)
|
| Tekst:
E.H. Cyriel Moeyaert. Layout: M Careye. |